Begrippenlijst

Begrippenlijst

Afkoop
Uitbetaling van het opgebouwde pensioen in de vorm van een eenmalige uitkering als het opgebouwde bruto pensioenbedrag per jaar minder bedraagt dan de wettelijke afkoopgrens.

AOW
De Algemene Ouderdomswet voorziet in een uitkering vanaf de AOW-leeftijd.

Bijzonder ouderdomspensioen
De uitkering die uw ex-partner ontvangt als u met pensioen gaat.

Bijzonder partnerpensioen
De uitkering die uw ex-partner ontvangt als u overlijdt

Franchise
Een deel van het inkomen waarover geen pensioen wordt opgebouwd. Bij de pensioenopbouw wordt rekening gehouden met het feit dat u van de overheid een AOW-uitkering ontvangt. Over dit deel van het inkomen (de franchise) bouwt u daarom geen pensioen op.

Ouderdomspensioen
De uitkering die u ontvangt vanaf de pensioeningangsdatum tot het moment dat u komt te overlijden.

Partner
Degene met wie u gehuwd bent, bij de burgerlijke stand een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, of degene met wie u een gezamenlijke huishouding voert zoals omschreven in het pensioenreglement.

Partnerpensioen
De uitkering die uw partner ontvangt na uw overlijden.

Pensioenloon
Het deel van uw bruto jaarinkomen waarop uw pensioenopbouw is gebaseerd.

Wezenpensioen
De uitkering die uw eventuele kinderen ontvangen als u overlijdt.

Waardeoverdracht
Het overdragen van de waarde van pensioenaanspraken naar een ander pensioenfonds om pensioenverlies te voorkomen wanneer een deelnemer van pensioenregeling wisselt. De waarde wordt rechtstreeks overgedragen aan het nieuwe pensioenfonds die de pensioenregeling van de nieuwe werkgever uitvoert.

WIA
De Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen voorziet in een uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid.